Met Circulaire 2026/C/81 schaft de btw-administratie de impact van de emanatietheorie op het btw-statuut af en dit vanaf 1 januari 2027. België stemt zijn administratieve praktijk daarmee af op de Europese Btw-richtlijn, en dit naar aanleiding van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie in de zaak Digipolis (T-575/24).
Onder de emanatietheorie werden opdrachthoudende verenigingen beschouwd als een verlengstuk van de aangesloten leden (doorgaans steden of gemeenten). Dat had twee gevolgen:
Het wegvallen van de impact van de emanatietheorie betekent niet automatisch dat elke opdrachthoudende vereniging haar btw-statuut volgens de ‘standaardregels’ (artikel 4 Wetboek Btw) dient te beoordelen. De circulaire laat ruimte om een dergelijke vereniging alsnog als publiekrechtelijk lichaam in de zin van artikel 6 Wetboek Btw te kwalificeren, zonder duidelijke richtlijnen te geven wanneer dat dan wel het geval is.
De vragen die elke opdrachthoudende vereniging dient te stellen zijn de volgende :
Het is tijd voor elke opdrachthoudende vereniging haar eigen btw-statuut opnieuw in kaart te brengen, teneinde verrassingen te vermijden.
Hoewel de dienstverlenende verenigingen en de projectverenigingen niet onderhevig zijn aan de emanatietheorie, laat het nieuwe administratieve standpunt ruimte dat deze ook beschouwd (kunnen) worden als ‘openbare instelling’ vallend onder artikel 6 Wetboek Btw. Mogelijks zijn zij voor bepaalde activiteiten dan niet meer btw-plichtig, wat hun recht op aftrek van aankoop-btw en hun btw-aftrek van gedane investeringen (negatief) kan beïnvloeden.
Wilt u weten wat deze wijziging kan betekenen voor uw transactiestromen, btw-statuut en recht op aftrek? Wij helpen u graag om de impact op uw organisatie tijdig in kaart te brengen.