Perspective:

Ontslagdecreet vernietigd: Het Grondwettelijk Hof biedt extra duidelijkheid.

People Law | Legal Newsflash

Per arrest van 5 juni 2025 heeft het Grondwettelijk Hof het Ontslagdecreet vernietigd (voor meer details, zie Newsflash van 9 juni 2025 ).

Hoewel het Ontslagdecreet door het Grondwettelijk Hof op integrale wijze werd vernietigd, bleven de gevolgen ervan behouden tot de datum van het arrest. Het stond dus al vast dat:

  • De ontslagen uit de periode 1 oktober 2023 – 5 juni 2025 finaal zijn, zonder recht op re-integratie.
  • Arbeidsgerechten bevoegd bleven voor de procedures. Er werd immers besloten tot “het handhaven van de gevolgen” zonder inhoudelijke beperking, om ongewenste organisatorische/praktische/financiële problemen te vermijden.
  • De oude regels integraal herleven vanaf 5 juni 2025 zodat u als Vlaams lokaal of provinciaal bestuur de interne procedures en richtlijnen opnieuw diende aan te passen.

Niettemin bleven nog vele besturen en voormalige medewerkers in spanning in afwachting van een volgend arrest van het Grondwettelijk Hof.

Diverse hangende procedures voor de Arbeidsrechtbanken zijn immers geschorst in afwachting van een beslissing van het Hof inzake de prejudiciële vragen die werden gesteld en waarvan meerdere vragen nog niet expliciet beantwoord werden door het vernietigingsarrest van 5 juni 2025.

Besluit van het Grondwettelijk Hof – Deel 2

Met het arrest van 29 januari 2026 heeft het Grondwettelijk Hof zich in een zaak voor de Arbeidsrechtbank Antwerpen uitgesproken over deze vragen.

Samengevat is de rechtszekerheid opnieuw de grote winnaar:

  • Het personeelslid heeft op basis van het Ontslagdecreet geen recht op compensatie voor de eventuele negatieve impact van het ontslag op de opbouw van pensioenrechten. Het Grondwettelijk Hof bevestigt duidelijk dat dit een materie betreft van de federale overheid en het Vlaams of lokaal bestuur hierin dus geen verantwoordelijkheid draagt.
  • De overgangsregeling uit de Wet Eenheidsstatuut moet niet worden toegepast voor de berekening van de opzeggingstermijn/-vergoeding. De medewerkers gestart vóór 1 januari 2014 hebben dus geen recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding.
  • Mocht het ontslag door de Arbeidsgerechten kennelijk onredelijk bevonden worden, kan een rechter zich bij de begroting van de verschuldigde schadevergoeding spiegelen aan de bestaande regelgeving (vergoeding van 3 – 17 weken).
  • Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden door het feit dat (i) er geen (redelijke) overgangsmaatregelen werden voorzien voor medewerkers die al in dienst waren bij de invoering van het Ontslagdecreet; en (ii) een ontslag kon gebaseerd worden op feiten die dateren van vóór de inwerkingtreding.
Volgende stap?

Wat de hangende dossiers betreft, zullen partijen de procedures kunnen activeren en eindelijk zicht krijgen op een eindvonnis in eerste aanleg.

Blijft de vraag welke koers de Vlaamse Regering toekomstgericht zal varen. Zoals opgemerkt in onze eerdere Newsflash, zijn wij er immers van overtuigd dat de arresten van het Grondwettelijk Hof een voldoende bodem bieden om een ontslagregeling uit te werken die de test wel kan doorstaan.

Wij volgen dit van nabij op en houden jullie op de hoogte.